|
     
Onderzoek -
De sportpsychologen van het Mental Training & Coaching Centre hebben
allen een wetenschappelijke achtergrond. Dit houdt in dat hun
werkwijze is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Binnen MTCC
wordt ook onderzoek verricht dat gerelateerd is aan praktische
vraagstellingen. Sportinstanties kunnen daarom ook terecht bij MTCC
met een verzoek voor sportpsychologisch onderzoek. Wij doen graag
een voorstel voor uw vraagstelling.
Daarnaast heeft MTCC stagiares van de Rijksuniversiteit Groningen
die hun afstudeeronderzoek verrichten vanuit MTCC. Hieronder vindt u
een beschrijving van de afstudeeronderzoeken die momenteel lopen.
|
|
|
|
Stage-opdracht Wouter de Reus en Marloes van Ballegooijen
(afgerond juli 2008)
In de hedendaagse wereld wordt het steeds belangrijker om informatie snel te kunnen ontvangen en verwerken. In een digitale samenleving waarbij informatie steeds sneller en massaler op ons afkomt, heeft het verwerkingsvermogen van de mens meer prioriteit dan ooit. Daarnaast is het bekend dat ons geheugen (met name het werkgeheugen) naarmate men ouder wordt langzaam afneemt.
Vanuit dit gegeven is Mind Gym 4u geboren. Dit toekomstige bedrijf (1 september 2008 openen wij onze deuren) wordt op dit moment opgezet met als doel het verbeteren en handhaven van het werkgeheugen, korte termijn geheugen en lange termijn geheugen. Hardy Menkehorst heeft dit concept bedacht. Het opzetten van dit project is de afstudeerstage van Wouter de Reus, student sportgezondheid aan de Hanzehogeschool. Samen met Marloes van Ballegooijen, studente bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, wordt Mind Gym 4u ontwikkeld.
Mind Gym 4u zal een traject aanbieden dat bestaat uit een combinatie van verschillende mentale trainingsproramma’s en deskundig voedings- en bewegingsadvies. Deze adviezen zijn er specifiek op gericht om de hersenen beter te laten functioneren. In samenwerking met een professional zal de cliënt in een traject van een nog te bepalen duur zijn of haar gedrag positief veranderen. Het uiteindelijke doel van dit traject is het trainen van de hersenen, waardoor informatie eenvoudiger en sneller verwerkt zal worden. Daarnaast willen we de cliënt een gezondere levensstijl aan laten nemen waarbij de vitaliteit van de hersenen centraal staat.
|
|
Afstudeeronderzoek Erik Moek (afgerond
juli 2008) Bij sportwedstrijden komt het geregeld voor dat de prestatie opeens
omslaat. Een gewonnen wedstrijd wordt alsnog uit handen gegeven. Hoe
kan het dat een sporter of een team op het ene moment nog superieur
is en een ogenblik later volledig dichtklapt?
Apter gaat er in zijn ‘reversal theorie’ van uit dat er twee mentale
toestanden zijn die hierin een bepalende rol spelen, een
doelgerichte en een speelse toestand. Op elk moment kan er maar één
van deze toestanden actief zijn en dit is bepalend voor hoe de
lichamelijke activatie wordt beleeft.
In de doelgerichte toestand is het gedrag gericht op het afronden
van de activiteit. Er wordt een extern doel nagestreefd zoals winnen.
In deze toestand wordt een verhoogde lichamelijke activatie ervaren
als stress of angst. Een lage activatie zorgt voor ontspanning in
deze toestand. Hier tegenover staat de speelse toestand, een
toestand waarin de activiteit op zich als doel fungeert,
bijvoorbeeld vanwege het plezier of de spanning, het gedrag is
gericht op het heden. Een oplopende lichamelijke activatie zorgt in
deze toestand voor een positief gevoel, namelijk opwinding. Een lage
activatie uit zich in deze toestand als verveling.
Tijdens topsport is het activatie niveau vaak hoog. Om deze
activatie niet te ervaren als stress is het voor het welbevinden en
waarschijnlijk voor de prestatie belangrijk om gericht te blijven op
de activiteit zelf in plaats van op een extern doel zoals winnen.
In mijn onderzoek wil ik onderzoeken of deze theorie klopt.
Daarnaast onderzoek ik hoe je ervoor kan zorgen dat een activiteit
in een speelse toestand kan worden gedaan.
|
|
|
|
Onderzoek
naar trainersinstructies (afstudeeronderzoek Nanda Heersma)
Trainers kunnen verschillende soorten instructies geven, namelijk
instructies die gericht zijn op het vermijden van het maken van
fouten en instructies die gericht zijn op het benaderen van doelen.
Een voorbeeld binnen de schaatssport van een trainersinstructie die
gericht is op het vermijden van fouten is ‘zorg ervoor dat je NIET
te korte slagen maakt’. Een voorbeeld van een trainersinstructie die
gericht is op het benaderen van doelen is ‘zorg ervoor dat je
langere slagen maakt’. De verwachting is dat een sporter die
continue bezig is met wat hij NIET moet doen juist fouten gaat maken
en daardoor slechter presteert. Om dit te onderzoeken wordt er
gebruik gemaakt van een evenwichtsplankje. Tijdens het onderzoek
wordt met behulp van sensoren gemeten hoe lang de deelnemers het
plankje in evenwicht houden. Twee groepen schaatsers krijgen
verschillende soorten instructies. De ene groep krijgt de instructie
dat het plankje twee minuten lang in evenwicht moet worden gehouden
en de andere groep krijgt de instructie dat het plankje twee minuten
lang NIET de grond mag raken. De verwachting is dat bij de laatst
genoemde groep het plankje vaker uit balans is.
Daarnaast wordt ook onderzocht wat de invloed van beide typen
instructies is op verschillende typen sporters. Verwacht wordt dat
sporters met faalangst meer nadeel ondervinden van instructies die
gericht zijn op het vermijden van fouten dan sporters zonder
faalangst. |
|
|
|
'Citius,
altius, fortius' - Het streven naar volmaaktheid (afstudeeronderzoek
Mark Schuls, afgerond juli 2007)
Wie als sporter de top wil bereiken, zal moeten voldoen aan het
olympische motto 'citius, altius, fortius'. Dit is Latijn voor
sneller, hoger, sterker. Het niveau van topsporters is zo hoog dat
ze er niet aan ontkomen hoge eisen aan zichzelf te stellen. De echte
kampioen moet streven naar volmaaktheid. Een perfectionistische
instelling kan daarom een goede invloed hebben op de prestaties. Er
zijn echter tal van voorbeelden bekend van sporters die ten onder
gaan aan perfectionisme. Perfectionisten zijn nooit tevreden, vinden
altijd dat het beter kan, putten zich daardoor uit en halen weinig
voldoening uit hun sport. Het is dus nogal tegenstrijdig: aan de ene
kant wordt van een topsporter verwacht foutloos te presteren, maar
aan de andere kant kan het streven naar perfectie je ondergang
betekenen.
Uit mijn onderzoek is gebleken
dat het stellen van hoge eisen voornamelijk een negatief effect
heeft wanneer de sporters zich ook nog zorgen maakt over fouten. |
|
|
|
"Alleen winst telt" (afstudeeronderzoek
Hanneke Brand, afgerond augustus 2006)
Dit lijkt een op het lijf geschreven motto voor een topsporter.
Is dit in de praktijk echter wel altijd het geval? Mensen streven
bij het leveren van prestaties verschillende doelen na; probeer je
als topsporter jezelf zoveel mogelijk te verbeteren of anderen te
verslaan? Richt je je op verbetering of op het vermijden van falen?
Welk prestatiedoel men hanteert, heeft consequenties voor de
beleving van prestaties en de reactie hierop. Men kan hierbij denken
aan hoe men omgaat met falen, of de wijze waarop men op concurrentie
binnen een team reageert. Interessant is om te kijken hoe deze
verschillende individuele prestatiedoelen doorwerken in de
samenwerking en interactie die een teamsport vereist. Vandaar dat ik
zal onderzoeken op welke wijze de verschillende prestatiedoelen van
talentvolle jeugdvolleyballers effect hebben op gedrag in
teamsituaties en daarbij op het functioneren van het team.
|
|
Klik hier voor meer
informatie
|